• Home
  • Campagne: bel minder snel de HAP

Campagne: bel minder snel de HAP

Ook de NVDA merkt al jaren dat de huisartsenposten overspoeld worden met vragen die geen spoed hebben. En zo loopt de werkdruk van de HAP maar op. Daarom is de NVDA voorstander van een gezamenlijke landelijke campagne.

Volgens Huisartsenpost Rijnmond gaat 40% van de belletjes in de avond, nacht en in het weekend niet om spoedzorg. De NVDA staat vol achter de campagnefilmpjes van de huisartsenposten Rijnmond en Groningen: Doe eerst je eigen research op thuisarts.nl.

Ook wij vragen aandacht voor de wens van HAP Rijnmond ‘dat meerdere regio’s volgen en we gezamenlijk aan burgers duidelijk kunnen maken wanneer de Huisartsenpost gebeld moet worden (alleen voor spoed!)’.

‘Huisarts.nl met een t ervoor’

De HAP Groningen huurde ‘TikTok Tammo’ in voor een filmpje waarin hij Groningers oproept om eerst zelf research te doen voor je de huisartsenpost belt en de HAP Rijnmond liet acteur John Buijsman eenzelfde oproep doen aan de Rotterdammers. Beide filmpjes verwijzen naar thuisarts.nl, waarop ‘alle klachten staan die je maar kan bedenken’.

Al in 2016 en de jaren daarna aandacht voor gevraagd

In navolging van de berichtgeving in de zomer van 2016 heeft de NVDA in een brief aan de minister van VWS, Schippers gevraagd een voorlichtingscampagne voor patiënten op te starten. Het moet helder zijn wanneer men 112, de HAP of de eigen huisarts belt. De NVDA wil een bijdrage aan deze campagne leveren. Aanleiding hiervoor waren toen al de berichten over wachttijden bij de huisartsenposten en een toename van het aantal bellers met niet-urgente klachten.

De NVDA vindt het ook vandaag de dag nog steeds van groot belang dat iedereen realiseert dat bellen of een bezoek aan de huisartsenpost moet gaan om spoedeisende huisartsenzorg die niet kan wachten.

Zie ook

 

Contact

Kantoor NVDSNVDA
Amalialaan 41 C
3743 KE Baarn

(085) 482 44 00

Neem contact met ons op

Privacy

Samenwerkingspartners

Bevolkingsonderzoeken en screeningenStichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg