Van honden en katten naar mensen. Dat is de carrièreswitch die doktersassistent Deborah een paar jaar geleden maakte. Ze werkte jarenlang als dierenartsassistent, maar lichamelijke klachten dwongen haar na te denken over een andere toekomst. Een meeloopochtend in de huisartsenpraktijk veranderde alles.
‘Ik was eigenlijk meteen verkocht.’
Een nieuwe richting
Dat Deborah in de zorg wilde blijven, stond voor haar vast. Maar hoe die nieuwe baan eruit moest zien? Dat wist ze nog niet.
Via een kennis die als doktersassistent werkte, kreeg Deborah de kans om een ochtend mee te lopen in een huisartsenpraktijk. ‘Na die ochtend wist ik het eigenlijk al. Dit is wat ik wil.’
Binnen een week schreef ze zich in voor de opleiding, solliciteerde ze bij een praktijk en kon ze beginnen met een BBL-traject. Ze werkt nu nog steeds bij dezelfde praktijk.
Een cultuurshock op de eerste werkdag
Hoewel Deborah al ervaring had in de zorg, voelde haar eerste werkdag als doktersassistent als een enorme omschakeling. ‘De dag ervoor werkte ik nog bij de dierenarts en de volgende dag zat ik in de huisartsenpraktijk. Dat was echt een cultuurshock.’
Vooral het constante schakelen maakte indruk. De telefoon die onafgebroken rinkelt, patiënten aan de balie, administratieve werkzaamheden, de behandelkamer, e-consulten en tussendoor onverwachte spoedgevallen. Alles vraagt tegelijk om aandacht.
Wat Deborah zich ook nog goed herinnert uit haar begintijd, is een kleine chirurgische ingreep waarbij ze mee mocht kijken. ‘Er moest een atheroomcyste weggehaald worden bij een patiënt. Ik dacht: leuk, ik mag meekijken. Maar voordat ik het wist, was de ingreep alweer voorbij. Toen dacht ik wel even, is dit alles? Bij honden haalden we soms enorme tumoren weg, dus dit voelde bijna alsof ik het hoogtepunt had gemist. Op dat moment besefte ik wel hoe anders de huisartsenzorg eigenlijk is.’
Ze vertelt het lachend. Het zijn precies die momenten waarop ze merkte dat ze weliswaar in de zorg bleef werken, maar in een totaal andere wereld terechtkwam.
Geen dag hetzelfde
Wat Deborah misschien wel het leukste vindt aan haar werk? Dat geen enkele dag hetzelfde is. ‘Ik houd van de afwisseling. Je bent bezig met een patiënt, de telefoon gaat, een huisarts vraagt iets tussendoor en ineens staat er een spoedgeval voor je neus. Dat schakelen vind ik juist leuk.’
In haar praktijk heeft iedere werkplek zijn eigen bijbehorende taken. Van telefoondienst tot e-consulten of administratie. Ook tijdens de werkdag wordt er gewisseld van werkplek en dus van taken. En als het op de ene werkplek rustig wordt, springt de collega bij aan de telefoon of de balie. Het werkt goed voor Deborah en haar collega’s. In onze podcast vertelt Deborah meer over de dagindeling bij haar in de praktijk.
Daarnaast werkt ze ook in de ouderenzorg en heeft ze managementtaken. ‘Ik vind het heerlijk dat ik zoveel verschillende dingen doe.’
Je krijgt echt een band met patiënten
Waar ze als dierenartsassistent vooral contact had met de baasjes van dieren, heeft ze nu veel intensiever contact met patiënten. ‘Je leert mensen echt kennen. Dat maakt dit vak bijzonder.’ Soms zit dat in grote dingen, maar vaak juist in kleine momenten.
Zo herinnert ze zich een gesprek met een oudere patiënt tijdens een consult over Positieve Gezondheid. Wat begon als een vragenlijst, groeide uit tot een open en persoonlijk gesprek vol humor. ‘We hebben samen ontzettend gelachen. Dat soort gesprekken blijven je gewoon bij.’
Maar er zijn ook situaties waarin snel handelen het verschil maakt. ‘Een meneer belde dat hij een wondje in zijn lies had dat bleef bloeden. Toen ik keek, zag ik een gapend gat waarbij je de slagader zag kloppen. Dan weet je: dit is serieus.’ Samen met de huisarts werd de wond tijdelijk gehecht, waarna de patiënt met spoed naar het ziekenhuis ging. ‘Dat zijn momenten die je nooit meer vergeet.’
Meer verantwoordelijkheid dan veel mensen denken
Veel mensen zien een doktersassistent nog steeds als degene die de telefoon opneemt. Volgens Deborah doet dat het vak tekort. ‘Je bent voortdurend aan het beoordelen hoe dringend een zorgvraag is. Wie moet vandaag gezien worden? Wie kan veilig wachten? Dat zijn afwegingen die je de hele dag maakt.’
Dat vond ze in het begin spannend. ‘Het gaat uiteindelijk over mensen. Dan wil je het gewoon goed doen.’ Juist die verantwoordelijkheid maakt het werk voor haar zo interessant.
Blijven leren
Sinds haar overstap heeft Deborah zich steeds verder ontwikkeld. Ze volgde onder andere opleidingen op het gebied van wondzorg, werkt als Spreekuurondersteuner Huisarts (SOH) en houdt zich bezig met ouderenzorg. ‘Het mooie aan dit vak is dat je alle kanten op kunt. Als je iets interessant vindt, kun je je erin verdiepen.’
Voor de toekomst heeft ze ook alweer nieuwe plannen. Ze hoopt zich verder te specialiseren in de ouderenzorg.
We houden niemand tegen
Als er één misverstand is dat Deborah graag uit de wereld helpt, dan is het wel het beeld dat doktersassistenten patiënten zouden tegenhouden. ‘Dat is echt niet wat we doen.’
Volgens haar draait triage juist om ervoor zorgen dat iedereen de juiste zorg krijgt, op het juiste moment. ‘Wij proberen niet mensen buiten de deur te houden. We zorgen ervoor dat degene die het eerst zorg nodig heeft, die zorg ook krijgt.’
Ze merkt dat veel onbegrip verdwijnt zodra ze uitlegt waarom ze bepaalde vragen stelt of waarom iemand soms niet direct een afspraak krijgt. ‘Als je de tijd hebt om het uit te leggen, begrijpen mensen het meestal heel goed.’
De beste stap die ze kon zetten
Terugkijkend hoeft Deborah geen seconde na te denken over haar carrièreswitch. ‘Het is de beste stap die ik ooit heb gemaakt.’
Mist ze het werken met dieren nog weleens? ‘Soms wel. Ik vond het een prachtig vak. Maar terug? Nee. Dit werk daagt me veel meer uit.’
Voor mensen die twijfelen over een overstap naar het vak heeft ze dan ook maar één advies. ‘Loop gewoon een ochtend mee. Dat is precies hoe ik er zelf achter kwam dat dit mijn plek was.’
Als ze haar vak tot slot in drie woorden moet samenvatten, hoeft ze niet lang na te denken. ‘Afwisselend. Uitdagend. Inspirerend.’
Mens en dier… groot verschil of toch niet?
De anatomie van mens en dier lijkt verrassend veel op elkaar. Organen, spieren en lichaamsfuncties werken in de basis hetzelfde. Dat maakte het voor Deborah makkelijker om medische kennis uit haar vorige vak mee te nemen.
Ook medicijnen zijn soms hetzelfde. Jarenlang werden in de diergeneeskunde veel geneesmiddelen gebruikt die oorspronkelijk voor mensen ontwikkeld waren. Daardoor waren namen van medicijnen en aandoeningen voor Deborah vaak al bekend.
